Wandelend door Oud Zuid komt u in alle wijken
van het stadsdeel, kunst in de openbare ruimte tegen. Hoewel in
Amsterdam vóór 1920 nauwelijks (vrijstaande) kunstwerken
in de openbare ruimte werden geplaatst, is dit na de tweede wereldoorlog
traditie geworden. Dit werd mogelijk gemaakt door de invoering van
de percentagereling voor kunst bij grote bouwprojecten. Door de
gevarieerdheid in schaal, materiaalgebruik en ontstaansperiode is
er in Oud Zuid sprake van een echte buiten-kunstcollectie.
Het gebied aan de zuidzijde van het in 1885 geopende Rijksmuseum,
behoort tot een van de eerste stadsuitbreidingen na het afbreken
van de verdedigingswallen van Amsterdam. Rondom het Vondelpark en
het Concertgebouw bouwde de gegoede burgerij haar huizen aan lommerrijke
lanen, vaak ontworpen door bekende architecten. De voor arbeiders
bestemde wijk de Pijp, werd nog gebouwd volgens de oude polderverkaveling
waardoor relatief kleine percelen ontstonden.
De aanleg van het plan Zuid van architect Berlage in 1917,
bracht hierin verandering. In dit stedenbouwkundige ontwerp, combineerde
Berlage woonblokken met brede hoofdstraten en plantsoenen en huizen
voor arbeiders en de middenstand. Nieuw was ook dat beeldhouwers
en ontwerpers (Hildo Krop, Piet Kramer e.a.) al in de ontwerpfase
van het plan werden ingeschakeld om een integraal ontwerp van de
openbare ruimte te garanderen. De recente woningbouw van het Olympisch
kwartier geeft aan dat die visie op de openbare ruimte in Amsterdam,
ook nu nog navolging vindt.
|